Investeren in een leven in Frankrijk

Investeren in aandelen? Obligaties? Meestal is het doel van investeringen om in de toekomst meer armslag te hebben in het leven dat de investeerder nu al leidt. Maar er is een alternatief: investeren in een nieuw leven. In Frankrijk bijvoorbeeld. Maar ook het investeren in een nieuw leven heeft een financiële bijsluiter nodig en de voor de hand liggende investeringen bieden niet altijd de beste kansen.

Wout van Moors heeft een eigen webdesignbureau en het gaat hem voor de wind. Financieel dan. Hij heeft meer werk dan hij aankan en verdient meer dan zijn gezin nu nodig heeft. Hij heeft overwogen om de overtollige cash dan maar te investeren in aandelen. Maar Van Moors heeft geen toekomstig doel voor ogen, zoals een boot, of eerder stoppen met werken. Integendeel, met dat geld zou hij nu al het leven willen kopen dat hem voor ogen staat: een andere omgeving met een beter klimaat en meer joie de vivre. Het gezin Van Moors wil naar Zuid-Frankrijk.

Volgens het CBS vertrokken in 2004 zeventigduizend Nederlanders naar het buitenland, onder wie terugkerende allochtonen en Nederlanders die hun pensioen elders willen genieten. Maar steeds meer Nederlanders die nog niet pensioengerechtigd zijn investeren alles wat ze hebben, tijd, geld, energie en inspiratie, in een nieuw leven in het buitenland. In 2004 gingen er zo’n vierduizend naar Frankrijk, om daar te gaan wonen en werken.

Nederlanders hebben geen vestigings- of werkvergunning meer nodig in Frankrijk. Bovendien spreken de Fransen steeds beter Engels. Dus niets staat een nieuwe prettige werkomgeving in de weg. Toch? Nou… niet helemaal. Een baan vinden in Frankrijk is niet eenvoudig met zijn werkloosheid van tien procent. Natuurlijk is er vrijheid van werken binnen de Europese Unie en moeten Nederlandse diploma’s door Franse werkgevers worden erkend, maar om te concurreren met Franse werkzoekenden is het nog altijd noodzakelijk om vloeiend te Frans te spreken en schrijven, zelfs bij een internationaal bedrijf waar de voertaal Engels is.
Veel Frankrijkgangers kiezen dan ook voor een eigen bedrijf.

Iedereen met een beetje doorzettingsvermogen kan een bedrijf starten in Frankrijk, ondanks de beruchte Franse bureaucratie op dat gebied. Nederlandse ondernemers zijn welkom, vanwege hun innovatieve mentaliteit, hun marketingvaardigheden en hun talenkennis. Sommigen nemen hun bedrijf mee en zetten het in Frankrijk voort, zoals Van Moors van plan is te doen. Indien het werk zich grotendeels afspeelt langs of op de elektronische snelweg dan is dat geen probleem. Alle Franse steden en nagenoeg alle dorpen van enige omvang bieden ADSL (in Frankrijk DSL genoemd). Overigens zitten er enkele nare belastingconsequenties aan het letterlijk meenemen van een Nederlandse BV, dus is het vaak beter om het Nederlandse bedrijf te liquideren nadat een Frans bedrijf is opgezet en het klantenbestand daarheen is overgeheveld.

Maar ook voor Nederlanders die hun bedrijf niet mee kunnen nemen, of die in Nederland in loondienst zijn, zijn er mogelijkheden om in Frankrijk te beginnen als ondernemer. De toeristische sector is verreweg het populairst: een camping, een restaurant, een hotelletje of chambres d’hôtes. Toch past hier een waarschuwing: het toerisme stagneert in Frankrijk. Na het topjaar 2001 is in de meeste regio’s de bezettingsgraad elk jaar verslechterd.

Neem nou een camping. Er is geen volk dat zo graag kampeert als Nederlanders. Veel landgenoten dromen dan ook van een leven in Frankrijk als campingeigenaar. Maar er worden nauwelijks meer vergunningen afgegeven voor nieuwe campings en de vraagprijs voor campings die te koop staan is hoog. Het seizoen is kort, in Zuid-Frankrijk niet veel langer dan vijftien weken, verder naar het noorden nog korter. In die korte tijd moet het inkomen worden verdiend voor het hele jaar. Bovendien vragen milieumaatregelen steeds meer investeringen. In 2005 zijn bijvoorbeeld de eisen die aan de afvoer van afvalwater worden gesteld weer flink aangescherpt. Kansen liggen vooral bij campings municipales, die gemeenten van de hand willen doen. Echte ondernemers weten van zo’n vaak verouderde camping iets speciaals te maken, bijvoorbeeld een naturistencamping of een camping voor motor- of hondenliefhebbers. Als de gemeente daar toestemming voor geeft, natuurlijk.

Of een echt Frans restaurantje in zo’n slaperig dorpje, waar dan de lokale bevolking komt voor een pastis en een eerlijke maaltijd met producten van het land. Da’s toch een mooie droom? Inderdaad, en meestal niet meer dan dat. Jaarlijks gaan duizenden restaurants in Frankrijk failliet. Vaak door slecht management. Vaker door arbeidsconflicten want de arbeidsregels zijn streng en het valt niet mee om van onwillig personeel af te komen. Maar het vaakst door gebrek aan marge. Fransen zijn gewend relatief weinig te betalen voor het eten buiten de deur, terwijl goede ingrediënten duur zijn en de arbeidskosten hoog. Maar er zijn kansen als een restaurant kan worden gekocht voor weinig geld, bijvoorbeeld uit een faillissement. Het helpt ook als de nieuwe eigenaar bereid is grote risico’s te nemen, bijvoorbeeld door een Noors visrestaurant te beginnen midden in de Auvergne. Eigenlijk alleen in dit soort uitzonderingsgevallen kan een gastronomische Nederlander een succesvolle start maken als Franse restaurateur. En dat is dan alleen nog maar de start. Alles daarna hangt af van de kwaliteit van de keuken. In de Franse cuisine geldt maar één regel: kwaliteit. Liever goed eten aan wankele formica tafeltjes, dan matig eten in een design interieur.

Een hotelletje dan? Alles tot en met vijf kamers heet chambres d’hôtes, waarvoor weinig regels gelden. Boven de zes kamers heet het een hotel, waarvoor aan de spreekwoordelijke 101 regels voor het hotelwezen moet worden voldaan. Fransen zijn immers dol op zeer gedetailleerde regels. En precies zes kamers? Dat is zo’n anomalie in de regels, waar voortdurend over gebakkeleid wordt. Heerlijk zo’n chambres d’hôtes: wonen in een mooi huis op het Franse platteland en leven van het ontvangen en verzorgen van gasten. Nou, niet helemaal. Vijf kamers bieden onvoldoende inkomen om van te leven en er zal dus een bijverdienste moeten worden verzonnen. Maar bij een hotel krijgt de ondernemer onder andere te maken met de ERP, de regels voor Établissements Recevant du Public, allerlei gedetailleerde voorschriften voor brandbeveiliging, gehandicaptentoegang en gescheiden toiletten. Beter is het om een bestaand hotelletje over te nemen, dat al “au normes” is v.w.b. de ERP. En een drankvergunning natuurlijk, want die zijn ook steeds lastiger te krijgen.

Buiten het toerisme zijn er mogelijkheden voor de innovatieve ondernemer, die Nederlanders vaak over het hoofd zien. Er zijn verschillende sectoren, waar de Franse markt nog volop ruimte biedt. Bijvoorbeeld het internet-ondernemerschap. Het gebruik van het internet loopt in Frankrijk nog steeds wat achter en biedt daardoor allerlei kansen voor nieuwe activiteiten. Bovendien kan een internet-ondernemer vaak Franse klanten combineren met Nederlandse, zodat hij steeds meer kan overschakelen naar de Franse markt, naarmate zijn kennis van de Franse taal en cultuur toeneemt.

Dan zijn er nog de beroepsgroepen, waar in Nederland voortreffelijke opleidingen voor bestaan en waar in Frankrijk een tekort aan is: schoonheidsspecialistes, fysiotherapeuten, bloemisten en zo zijn er nog meer. Bijvoorbeeld Nederlanders met ervaring in de bloemen worden met open armen ontvangen: werken in een bloemisterij of bij een groothandel, het starten of overnemen van een bloemenzaak, mogelijkheden genoeg. En een goede loodgieter, een ervaren metselaar of een gedreven meubelmaker kan overal zijn brood verdienen. Begrijpelijk dat steeds meer ervaren vaklui ervoor kiezen om dat te doen in een vriendelijker klimaat.

Met innovatieve ideeën en genoeg geld is er veel mogelijk in Frankrijk. Indien er niet genoeg geld voorhanden is, dan moet een bank in de arm worden genomen. Nederlandse banken verstrekken geen krediet aan nieuwe ondernemers in Frankrijk, de Frankrijkganger is dus afhankelijk van een Franse bank. Een cultuurschok! De Franse banken waren ruim dertig jaar geleden nog allemaal in handen van de staat. Tot op de dag van vandaag wordt er ambtelijk gedacht. Boos het dossier op tafel gooien met een ‘….dan ga ik wel naar de concurrent’ als het ondernemingsplan is afgewezen maakt over het algemeen weinig indruk. Franse banken houden ook niet zo van startende bedrijven. De eerste vraag is altijd: ‘Mogen wij de balans inzien van de laatste drie jaar?’ Als een ondernemer daarop antwoordt: ‘Ja, maar, dit is een nieuwe onderneming,’ dan zal het gesprek niet zelden eindigen met ‘:…dan zien wij u graag terug over drie jaar.’ Alleen al om deze reden is het aan te raden een bedrijf over te nemen met een goed gedocumenteerde historie, in plaats van er zelf een te beginnen. Bij een overname kijkt de bank zorgvuldig naar de persoon. Hoe ondernemend is hij, wat is zijn ervaring? Daarnaast ziet de bank graag tenminste vijftig procent eigen geld. En natuurlijk een ondernemingsplan, in ‘t Frans en op z’n Frans. Dat wil zeggen: weinig woorden en veel cijfers, gerangschikt op een manier zoals Franse banken dat gewend zijn.

Succes is niet gegarandeerd, maar er zijn kansen genoeg voor een goed renderende investering in een nieuwe leven in Frankrijk. Die kansen liggen echter niet altijd op de gebieden waar Nederlanders over dromen en enkele waarschuwingen zijn op zijn plaats. Niet elke investering in een leven in Frankrijk brengt op wat er van verwacht werd. Toch hebben al duizenden Nederlanders er succes mee gehad. Zij genieten nu van de joie de vivre die in Nederland zo moeilijk haalbaar lijkt.

En Wout van Moors…? Die zit volgend jaar op zijn eigen terras in de schaduw van een plataan een website te bouwen. Met het laatste glas van een plaatselijke bon vin blanc, overgebleven van de copieuze lunch.

Wim van Teeffelen
Ondernemen-Frankrijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *