Versailles numérique

Ben al weer bezig de werkweek naar Parijs voor te bereiden. Vorig jaar hebben we Versailles overgeslagen. Ik herinnerde me van vroeger eindeloze wandelingen door oninteressante kamers. Maar ja, dat was vroeger. Een ander argument om er niet heen te gaan, was dat er in Parijs zelf al zoveel te doen was dat we al tijd te kort kwamen. Laat staan enz enz.
Ik heb nu een site ontdekt die maakt dat ik weer heel veel zin krijg om Versailles te herontdekken.
Gaat dat zien: Chateauversailles.fr, Versailles numérique. Niet nieuw, want al 2 jaar gaande, dit project. Het moet van Versailles opnieuw een innoverende plek maken, net als in de tijd van Louis XIV.

Comme cela exaspère, la ponctuation?

Hoog tijd voor weer es een handig logje
Een tijd geleden linkte ik Orthonet
Nu een vergelijkbare site, die ook graag de puntjes op de i zet:
La ponctuation.com
Ging het bij de eerste site vooral over de schrijfwijze, deze site houdt zich exclusief bezig met leestekens en het gebruik van hoofdletters.
“Ah ! La ponctuation ! Comme cela exaspère !”
…….wordt er verzucht in de 1e regel. Mag wel zo zijn en zonder leestekens is een tekst misschien best te lezen, maar met is het in ieder geval een stuk duidelijker. Probeer maar eens een tekst waar geen leestekens in staan hardop te lezen de 1e keer dat je hem ziet je zal zien dat zal niet meevallen want je mist waar je een accentje moet leggen waar je een rustpauze kunt nemen op fora hebben sommigen mensen er een handje van zo te schrijven worden ze boos wanneer iemand er wat van zegt want ze vinden dat dat moet kunnen dus

Een andere handige site is Ecrire sans faute.com

Grand frère ou super éducateur?

Ook Frankrijk blijft uiteraard niet verschoond van reality-tv…..
Op TF1 kun je tegenwoordig Pascal aan het werk zien.
Hij begeleidt als een soort grote broer ontspoorde jongeren. Echt hopeloze gevallen, die hun moeder slaan, niet naar school gaan etc.
Hij heeft 10 dagen om ze weer op het juiste spoor te krijgen. Families die een zenuwinzinking nabij zijn, waar de gezinsleden elkaar naar het leven staan, dat moet wel boeiende TV opleveren. Daarbij vergeleken is Supernanny een soort van Ti-Ta-Tovenaar.
Ze krijgen veel aanmeldingen, vertelt de rédacteur en chef Lionel Delfini. Van zowel wanhopige ouders als van jongeren zelf. Jongeren onder de 16 vallen sowieso af, dat is te jong. De selectie hangt uiteindelijk af van zowel de motivatie van een familie als van de persoonlijkheden. Men waagt zich niet aan delinquenten en/of gedrogeerden, die worden doorverwezen naar de reguliere hulpverlening. Uiteindelijk blijven er 3 families over, die men gedurende 10 dagen van dichtbij volgt. En uiteindelijk blijft het meest urgente geval over.
Maar onze Pascal pretendeert niet onfeilbaar te zijn: er zijn ook 2 gevallen mislukt, jongeren die weer in oude fouten vervielen.
Overigens hebben ze wel een grens, deze reality-tv-makers: fysiek geweld wordt niet uitgezonden.
Voorproefje?

Uitzending vanavond

Eiffel koopt stukkie Eiffel


(bron: AFP)

Het Nederlandse detacheringsbedrijf, sponsor van de basketbalclub Eiffel Towers, is er na een wilde biedingsrit in geslaagd een stuk wenteltrap uit de echte Eiffeltoren te bemachtigen voor 180.000 euro. “Een hoop geld voor een stuk schroot”, was het commentaar van de veilingmeester. Maar Kurvers, de baas van Eiffel, was er blij mee, al gaf hij toe dat hij met deze prijs wel aan het eind van zijn touwtje was. Nou ja, niet getreurd. Goede investering. Volgens mij verdienen ze het aan free publicity ruimschoots terug. Kun je nagaan, ze scoren nu alweer gratis reclame op het geronnommeerde weblog Hollandais en France!

Kleurloze kindersite

“Ik heb niks te doen!” De eeuwige kinderklacht is nu met een paar klikken uit de lucht, want op de site Mes Coloriages vind je honderden kleurplaten met vele vele onderwerpen. Van Disney-figuren tot actiehelden, van Babar tot mandala’s. Dus vanaf nu is het antwoord aan kinderen die zeuren: “Kop houden en kleuren!”

Het andere Frankrijk

Zonder voor anderen te willen spreken, heb ik de indruk dat wij HeF’ers Frankrijk allemaal een prachtig land vinden. Een enkeling is zelfs Trots op Frankrijk.
Welnu, tijd om wakker te worden. We hebben oogkleppen op. We kijken zorgvuldig naar de mooie kant van Frankrijk, maar we vergeten de lelijke kant. Ga voor de grap eens even buurten bij Cités de France. De maker maakte maar liefst 265 filmpjes over de naoorlogjes betonflatdorpen, maar al na een paar filmpjes vergaat de lust tot kijken je. Het klinkt wat cru, maar je begint je af te vragen waarom de jeugd uit de banlieue zich twee jaar geleden beperkte tot het in brand steken van auto’s.
Hier wil je nooit van je leven naar toe, in tegendeel. Desnoods vlucht je naar Slotervaart…
Geen zin om 265 filmpjes te kijken? Er is een bondige samenvatting, compleet met nostalgische terugblik.

Doe eens intellectueel

Spreek je behoorlijk Frans en heb je wat wetenschappelijke interesse? Dan is Parijs in het weekeinde van 24 en 25 november de place to be. Zo’n 30 universiteiten en hogescholen houden dan open huis om den volke kond te doen van hun schatten. Lezingen, debatten, exposities, het gaat maar door.
Aan variatie geen gebrek. Zo verdiept de Sorbonne zich onder meer in de vraag of de middeleeuwse islamitische wereld ook tovenaars kende. De beroepsopleiding voor journalisten gaat in op de persoonsverheerlijking in de Franse politiek, die nog nooit zo erg geweest zou zijn als nu. Het Katholiek Instituut gaat op zoek naar de weerklank van het Ave Maria in het moderne lied. Op de Gewone Superieure School (beetje tegenstrijdige, maar nietszeggende naam) worden de portretten van oudere mensen sinds de renaissance onder de loep genomen. De prijs voor de meest wezenlijke vraag gaat waarschijnlijk naar de hogeschool voor moderne techniek: is het universum wel stabiel?

Attention, Bertrand!

Op zoek naar wat materiaal voor mijn schoolblogjes kwam ik onderstaande site tegen, die best vermakelijk is.
Het is een simulatiespel, een politiek simulatiespel wel te verstaan. Je wordt er vertrouwd met alle facetten van het politieke spel.
Je neemt eraan deel door een personnage aan te nemen en kunt vervolgens aan de slag. Je doel? Het burgemeestersambt! En alles is toegestaan! (Doe vooral even de “Visite guidée”…)
Beginners beginnen ‘klein’, in een dorpje van 300 inwoners, het uiteindelijke doel is…Parijs!
Lijkt me leuk voor de mensen die reeds (of half) in Frankrijk wonen, je leert er veel jargon.
Meedoen, dus!

Niet so maar zo

Internet zoals internet 2.0 bedoeld is! Amusant, leerzaam, gevuld door de gebruikers en… gratis. Je begrijpt, ik ben zeer enthousiast over de site Netprof. Wat is het idee? Op Netprof.fr kunnen specialisten in een bepaald gebied, en dat kan heel breed zijn, een zelfgemaakt instructiefilmpje uploaden. Vervolgens kan iedereen die dat wil deze filmpjes gratis bekijken. Zo leer je een mooie Dubbele Windsor leggen, chocolademousse en vissoep maken, Sudoku’s oplossen, een feestdis dekken, een douchevloer tegelen, een mathematisch probleem oplossen, rozenstruiken snoeien, wijn bestellen en proeven, hoe Lutetia er uit zag… en ga zo maar door. Ook ideaal voor wie niet per se een mastworp of taekwondo-trap wil leren maar gewoon zijn Frans wil oefenen door korte, duidelijke videootjes te kijken. Zeer vermakelijk.

Joyeux anniversaire!

….want op 10 november 18zoveel overleden: Arthur Rimbaud.
De meest-recent overledenen (bekende overledenen dan) staan er ook op en dat is dan wel weer handig, dat je je niet vergaloppeert tijdens het happy hour. (Nee, Pavarotti is echt dood en inmiddels gereïncarneerd in een Britse mobiele telefoonverkopert)
Het lijkt wel komkommertijd!

Oscilleerzaam

Bij het woord ‘slinger’ moet ik altijd aan Toon Hermans denken. Ik heb namelijk een singletje met aan de ene kant een sketch van Wim Kan (Weet u wat nóg gevoeliger is dan een viool? Twee violen.) en aan de andere kant Hermans, die zingt: “Waar is de slinger van die oude grammofoon, waar is die slinger, waar zal die zijhijhijhijn? Zonder die slinger geeft dat ding geen toon. Waar is de slinger van die ouwe grammofoon?” Ah, nostalgie. Maar eigenlijk moeten we bij slingers natuurlijk denken aan Anthonie van Leeuwenhoek, die naast zijn belangrijke werk voor de microscopie en passant ook nog eens het slingeruurwerk uitvond. Een klok gebaseerd op het principe dat een slinger altijd een vaste tijd onderweg is, ongeacht de zwaai. Het zijn de lengte en het gewicht die de tijd bepalen. Zo kun je er goed van op aan dat een uitgekienze slinger er altijd één seconde over doet om de klok een seconde verder te helpen. Eureka. Al ben ik geen bêta, toch vind ik dit soort dingen leuk. Van die natuurwetten waar niet aan te tornen valt. Houvast. Daarom ook kan ik genieten van deze site, die allerlei ‘oscillerende’ bewegingen geanimeerd in kaart brengt. Speelgoed. Ook voor Alpha’s.

Food for feetishists

Als je zo over het internet wandelt, komt er wel eens iets voor je voeten waarvan je denkt: nou breekt mijn klomp! Maar waarom ook niet. Er zijn sites over zeekoeien, wolkenkrabbers, munten met gaten, geesten, speleologie, uitgestorven dieren, roos, penisvergroting, rolmaten, de Boeroeboedoer, slingers (binnenkort in dit theater), plagiatoren, houtverduurzaming en nog veel meer oninteressante onderwerpen. Dus waarom niet over onze trouwe onderdanen, de voeten? Op deze site kun je je voeten onsterfelijk maken door ze in te sturen voor de eregallerij der voeten. Waarom? Omdat het kan.

Qui prend le prix après le perdix?

Wie de beroemdste Franse literaire prijs gaat winnen, de prix Goncourt, wordt traditiegetrouw bekend gemaakt na de lunch om 13:00 op de eerste maandag van november in restaurant Drouant in Parijs. Dat gebeurt al sinds 1896. De jury komt elke eerste maandag van de maand bijeen en in november, vandaag dus, is het zover.
De nieuwsgierigen, de journalisten, literatuurcritici en wie het maar verder interesseert, hangen in de buurt rond om het als eerste te weten. In 1926 besloot zo’n kluitje van 10 man – waarschijnlijk het wachten beu – een alternatieve prijs in het leven te roepen en sinds die tijd bestaat de prix Renaudot.
Vorig jaar won Bienveillantes van de Amerikaanse schrijver Jonathan Littell de Goncourt (oplage: 730.000!). De Renaudot ging naar Alain Mabanckou met Mémoires de porc-épic.

Genomineerden voor de Goncourt:
Bestsellers Olivier Adam, met A l’abri de rien en Philippe Claudel, met Le rapport de Brodeck en verder Clara Dupont-Monod met La passion selon Juette, Gilles Leroy met Alabama song, en Michèle Lesbre met Le canapé rouge.

Voor de Renaudot:
Alabama song doet ook hier weer mee. Verder Un roi sans lendemain van Christophe Donner, Le privilège des rêveurs van Stéphanie Janicot, Sept pierres pour la femme adultère van Vénus Khoury-Ghata en Birmane van Christophe Ono-dit-Biot.

Tekst: Elz

Nicéphore Niepce… wie kent hem niet.

Nicéphore Niepce. Ooit van gehoord? Als je fotograaf bent misschien wel, want deze man is uitvinder van onder meer het fotografisch proces. Hij heeft het idee zelfstandig bedacht, en later verder uitgewerkt in samenwerking met camera obsura-specialist Louis Jacques Mandé Daguerre (van de ‘Daguerrotypen’). Hoewel er in Saint Loup de Varennes – zijn woonplaats in het begin van de 19e eeuw, waar ook zijn laboratorium was – een enorm protserig monument staat, is Niepce relatief onbekend. En dat is vreemd, want naast het fotografisch procédé bedacht en produceerde hij samen met zijn broer ook nog eens een werkende motor op basis van gasontploffingen, ofwel de ‘internal combustion engine’, waarvoor hij in 1807 een tienjarig patent bemachtigde van Napoleon!
De laatste tijd is Nicéphore Niepce overigens een beetje meer in het nieuws, ook al omdat er vorig jaar in zijn oude woning een nog geheel intact fotolaboratorium is gevonden, achter een dubbel wandje. Dat is dan ook meteen het oudste fotolab ter wereld, dus logisch dat dat enige ophef veroorzaakte. In Chalon-sur-Saône is een mooi fotomuseum naar Niepce genoemd en in zijn woonplaats is een museum aan hem en de uitvinding van de fotografie gewijd. Voor wie dat te ver vindt, is er al aardig wat te genieten op zijn site.

Lang leve wij!

Sinds 1957. Dat maakt dat het Institut Néerlandais in Parijs tot de oudste buitenlandse culturele vertegenwoordigingen in Frankrijk behoort. Nou hebben we natuurlijk nogal een band. Ga maar na: de eerste Nederlandse koning was een Fransoos, die ons ook nog eens behoorlijk in de watten heeft gelegd! Als ik de site van het IN bekijk, kan ik niet anders dan betreuren dat ik zo’n end van Parijs woon. Arnon Grundberg, Eddy Terstal, Oek de Jong en Margriet de Moor zijn interessante Hollanders, en ook de films en muziekuitvoeringen in het IN mogen er wezen. Maar om daar nou vier uur voor in de auto of de trein te gaan zitten…
Niet per se voor mijn persoonlijk genoegen, maar dan toch op zijn minst voor het algemeen goed is het toch fijn dat er zo’n Nederlandsch instituut is. Al was het maar om die etnocentrische Fransozen te laten zien dat er méér is dan hun eigen nombril. Je zou er bijna – bijna! – trots op Nederland van worden.

Plankendoos

Op het weblog van het onvolprezen Hurktoilet stond een stukje over het Kapla Centrum in Parijs. Kapla? Nooit van gehoord. Toch is het een Nederlandse uitvinding. Nou ja… uitvinding? Kun je een blokkendoos een uitvinding noemen? Toch wel, want het gaat hier niet om blokken, maar om kabouterplankjes: gelijkvormige plankjes van 117,4 mm lengte, drie keer zo breed als dik en vijf keer zo lang als breed. Plankjes zonder groeven of uitsteeksels, waar je de mooiste dingen mee kunt bouwen. Kapla is een uitvinding van de HeF Tom van der Bruggen, die de plankjes bedacht toen hij een model van zijn droomkasteel aan het maken was. Of Van der Bruggen zijn kasteel ook af kreeg, vermeldt het verhaal niet. Zijn uitvinding is in ieder geval wereldwijd succesvol en de massaproductie is verhuisd naar Marokko. De zoon van Van der Bruggen bestiert het bedrijf, terwijl Tom werkt aan nieuwe producten. Het gaat lekker! Nou nog een beetje een nette site.

Naar bed met Fred

Al een paar weken lees ik de boeken van Fred Vargas. En dat is, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, een vrouw. Ze heet officieel Frédérique Audoin-Rouzeau en is archeologe, gespecialiseerd in het leven van onze huisdieren in de Middeleeuwen. En daar gaan haar boeken helemaal niet over. Ze schrijft “rompols” (de benaming is van haarzelf), romans policiers, die helemaal anders zijn dan alle andere. Ten eerste een taalfeestje. Wat een kleurrijk en bewegend Frans. Bevolkt door bizarre maar toch zeer herkenbare (hoofd)personen. Met diepte en karakter. En commissaris Adamsberg, met een verre hint naar Maigret, heeft geen methode. Ook een buitenbeentje. Geen vrouw, wel een maîtresse. Kleurrijke man. Begin maar eens met “Pars vite et reviens tard”. Literatuur van de allerbovenste plank. Veel Parijse couleur locale ook. Vertaald in het Nederlands? Geen idee. Kan me eigenlijk ook niet schelen: ik ga iedere avond met Fred naar bed!

Baas boven baas: Sarkozix

Goed, het is natuurlijk leuk om lollig te doen over Rita Verdonk. Maar het kan altijd beter. Ook hier blijkt maar weer dat er alle reden is om trots op Frankrijk te zijn. Een inspirerend voorbeeld voor ons kan de maker van de weblog Sarkozix. Hij lijkt er een dagtaak van te maken om de draak te steken met de president van de republiek. Desnoods doet hij dat zelfs met filmpjes en chansons. Wel even je popup-blocker aanzetten…

God en drank

Toch mooi, als je God kunt eren en tegelijk de hedonistische mensheid kunt dienen met het brouwen van alcoholische versnaperingen. Net als de bierbrouwende patertjes in vele Belgische kloosters zijn er ook in Frankrijk kloosters met een eigen drank. Zoals de orde van de Kartuizer monniken. Samenwonende kluizenaars die in alle stilte en rust in verschillende Europese vestigingen via contemplatie en bezinning nader tot God en de liefde trachten te komen. De Franse vestiging van ‘Les Chartreux’ zijn vooral beroemd om hun groene drankje: “La Chartreuse.” Naar verluid zijn er op elk willekeurig moment in de geschiedenis maar drie monniken die het geheime recept van het kruidendestillaat kennen. Ik weet niet hoezeer zij op de Here vertrouwen, maar ik zou die drie Kartuizers toch maar een beetje uit elkaar houden. In verschillende kloosters bijvoorbeeld. Stel je voor dat ze alle drie tegelijk bij een aardbeving of lawine omkomen. Zonde!

Een paar puntjes over het roze papiertje

Bellen achter het stuur: twee punten. Geen gordel: drie punten. Geen voorrang verlenen: 4 punten. Meer dan 0,5 promille: 6 punten. Het tikt lekker aan (of liever: af) met dat puntenrijbewijs in Frankrijk. Aan de ene kant goed dat onverbeterlijke recidivisten die steeds weer opnieuw in de fout van een verboden overtreding begaan hun verdiende trekken thuisgestuurd krijgen. Maar tegelijk lijkt het toch ook verdacht veel op een melkkoetje van de overheid, dat hele puntensysteem. Als je namelijk niet wilt wachten tot je na twee jaar vanzelf je punten terug krijgt, kun je ook met een stage van twee dagen weer vier punten terugverdienen. Dat kost dan wél 240 tot 300 euro.
Enfin, gewoon niks doen wat niet mag is de beste oplossing. Mocht het toch een keer misgaan, dan vindt je op deze site een mooi overzicht van de score per overtreding (iemand per ongeluk doodrijden is óók maar zes punten, trouwens, dus dan mag je lekker doorkarren!). Plus een lijst met ‘Centres de stage’.

Rij voorzichtig.

Poésie que j’aime

Eigenlijk heb ik het niet zo op poesie…ik weet niet wat het is.. een soort van langzaam ingesleten aversie. Omdat wij op de middelbare school poesie moesten lezen, dit moesten interpreteren, maar dat altijd verkeerd deden. Volgens de leraar. En dat stak me. Want poesie is heel persoonlijk. En heel divers. Al dat gedoe over cesuur en enjambement enzo, dat vond ik allemaal niks. Wel knap, daar niet van, maar het deed me gewoon niet veel. Bovendien: wie zegt dat poesie moet rijmen? Sinterklaas? Rijmelarijtjes van het soort 13-in-een-dozijn is goed voor een tegel, maar hoort mijns inziens niet in een bundel.

Ik zocht voor mijn vwo- eindexamenklasje nog een literair onderwerp. Vorig jaar heb ik ze een praktische opdracht laten maken rond de Exercises de Style van Raymond Quenau. Ze hebben dat heel leuk gedaan. Ze hebben o.a. nieuwe stijloefeningen gemaakt (uitgaande van een nieuwe basistekst) en bleken er zelf ook veel lol in te hebben. En dat is voor mij toch wel belangrijk, ze moeten het leuk vinden. Hoe kun je nu met tegenzin een boek gaan lezen, laat staan gedichten! Want dit jaar wordt het, jawel: poésie! (En wel over 1 poeet, het moet voor mij ook leuk blijven…..) Kunst is ze weer net zo warm te maken voor dit onderwerp als voor het onderwerp van vorig jaar.
Dat wordt nog even broeden