
Vrijdag! Het weekend naakt en is voor veel 36-urigen en ambtenaren onder ons zelfs al begonnen. Kleine zelfstandigen als uw dienaar zitten natuurlijk gewoon op hun zolderkantoortje peentjes te zweten.
Vandaag geen drank. Het is te warm. Doe maar een groot glas water, Roger. En neem zelf een emmer en ga je wassen, je stinkt een uur in de wind, man.
Oh ja, het woord. Ik dacht voorzichtigjes aan:
La solive: zolderbalk. De solive ondersteunt vaak een constructie, zoals een plafond of een vloer. Daarnaast zijn er ook
poutres (iets dikker volgens mij, maar ik ruil mijn mening graag voor een andere) en de
ferme, de dikste balken die je op zolder kan vinden en die deel uit maken van het skelet van het huis.
Zelf heb ik jarenlang
la salive gezegd. Dit heeft echter weinig met bouwen te maken, tenzij de timmerman in zijn handen spuugt. Salive is speeksel. Pas later heb ik begrepen waarom er steeds besmuikt om mij gelachen werd als ik met de stoere bouwmannen mee wilde praten.
Andere interessante bouwwoorden zijn
sablière (de balk die op de muur ligt en het dak ondersteunt) en
faitière, de nokbalk die de
chevrons (spanten) draagt.
Nog iemand met mooie bouwwoorden?