
Strikt gesproken is het nog geen 25 augustus als ik dit typ. Maar morgenochtend komt er iemand naar ons huis kijken, dus dan ben ik anderszijds beschaftigd.
René kwam gisterenavond met een aardig thema. Franse Films. Fransen zelf, vooral cultureel angehaugte dames van rond de vijftig, kunnen er uren over lullen. Zelf was ik er vroeger ook verzot op. Meer nog op praten over films, dan op films zelf. Ik kan me juweeltjes herinneren als
Pleure pas la bouche pleine, Le genou de Claire en mijn favoriet
Les Valseuses met Gérard Depardieu, Patrick Dewaere (later nog zelfmoord gepleegd) en die heerlijke Miou Miou.
Amélie Poulain vond ik ook erg om te lachen. Van de week keek ik samen met Hiromi, mijn épouse, naar
Être et Avoir,
de film van het jaar 2002 en door iedereen de hemel in geprezen. SAAI!, Gewoon een draderige docu over een schooltje, precies hetzelfde schooltje als waar mijn kinderen op zitten.
Misschien uiterst vertederend voor mensen uit Parijs en Amsterdam, maar voor ons gewoon precies zoals het hier is. Boeren die worstelen met de opleiding van met hun domme, lelijke kinderen en een gedreven maar tot mislukken gedoemde leraar, die de boel een beetje op niveau tracht te brengen. Tja. Ik ben halverwege maar gaan emailen.
Wat vinden jullie leuke Franse films?
Het woord is vandaag
La Bouffe:
het eten, de maaltijd.
Dit is argot, natuurlijk, dus moet je eigenlijk vertalen als
vreten of zelfs
bikkesement.
Beroemd woord in Nederland, omdat iedereen de film
La Grande Bouffe kent, helaas door veel filmliefhebbers steevast uitgesproken als
La grand beuf en dat betekent eerder ‘het grote rundvlees’. Dus leer dat nou eens, het is BOEFF!